Crossing Border 2007
Voor de eerste keer naar Crossing Border geweest. Een beetje onwennig, want wat moet ik met al die literaire personen? Crossing Border probeert grenzen tussen de disciplines muziek en literatuur te slechten.
Dat doen ze door muzikanten uit hun vertrouwde context te halen en het woord centraal te stellen, zoals gebeurde bij het interview met Rufus Wainwright op woensdag. Rufus werd in een kleine tent op het Lange Voorhout geinterviewd door de Belgische popjournalist Serge Simonart. Het gesprek ging over Barbara Bush (die Rufus gekend heeft voor ze presidentsvrouwe werd), Sean Lennon (met wie Rufus samenwoonde), z’n moeder Kate McGarrigle (van wie hij grote posters op zijn kamer had hangen en danste op haar muziek), z’n vader Loudon Wainwright III (die ooit een lied met de titel “Rufus is a tit man” schreef), z’n zussen (die inmiddels allemaal muziek maken), Marianne Faithfull (zijn goede vriendin die als enige mag zeggen hoe “faggish” hij zich nu weer gekleed heeft), Judy Garland (waaraan hij een eerbetoon heeft gebracht) en Leonard Cohen (een grote held die onlangs nog een memorabel concert bracht). Verder ging het over zijn Amerikaanse vriend (”I believe in relationships now”), over de gay pride (in deze tijd zeer nodig, alhoewel het ook een tijd overgecommercialiseerd was), uitzinnige kostuums (hoe meer hoe beter, want je moet werken aan het rijtje foto’s bij je biografie die ooit zal uitkomen) en concertzalen (groter dan de HMH - goed geluid volgens Rufus - moet het niet worden). Hij flirt met het beroemd zijn, de glitter en glamour. Zijn favoriete craving is op dit moment niet voor niets het kopen van juwelen (gewoon om ze te hebben, niet om ze te dragen). De komende tijd wil Rufus zich toeleggen op het schrijven van een opera. Naar eigen zeggen om wat fans verjagen en minder beroemd te worden. Op een vraag uit het publiek naar oude opnamen die op de plank liggen te verstoffen maakte Rufus bekend dat deze ooit zullen worden uitgebracht. Verder was er nog een leuke referentie naar zijn naam. Een Southern taxichauffeur die naar zijn naam vroeg weigerde te geloven dat zijn naam werkelijk Rufus was. “If your name’s Rufus, I’m Michael Jackson!”. Volgens Rufus is zijn naam afgeleid uit het Latijn en had het iets met Caesar te maken. Ik heb het even nagekeken en Rufus betekent “de roodharige” of “de rode”. Na afloop vroeg Serge of Rufus wellicht zin had om nog even iets te spelen op de piano die achter hem stond, maar helaas… Wellicht had zijn gekuiste versie van “Gay Messiah” kunnen spelen. Toen hij ooit bij een optreden een aantal kleine kinderen op de eerste rij zag zitten, had hij voor de gelegenheid “baptized in cum” veranderd in “baptized in gummybears”.
Op de vrijdag was ik met Paul op stap. Het doel was vooral bijpraten, en dat deden we aan de hand van bezoekjes aan allerhande schrijvers en performers. The New Pornographers pakten we als eerste. Raar om dit soort muziek te horen in een chique zitzaal. Net toen ik tegen Paul zei dat als ze nu niet een bepaald liedje zouden spelen, dat we dan weg zouden gaan, kondigden ze het aan: “Sing me Spanish techno” en mijn avond was goed begonnen. Vervolgens bij toeval naar een van de salons voor Shalom Auslander wiens aanstekelijke presentatie over zijn afrekening met zijn joods-orthodoxe jeugd we beloonden met het aanschaffen van zijn laatste boek. Voorwoord in mijn exemplaar “God bless you. Just kidding…”. Daarna naar muziekjournalist Jon Savage die onder meer boeken over de punkbeweging en vooroorlogse teenagers op zijn naam heeft staan. Jon is ook al de jongste niet meer en maakte een paar rake opmerkingen over ouder worden. “Ik wil wel drugs nemen, maar ik word er ziek van. Ik wil wel dansen en rare bewegingen maken, maar ik heb fysiotherapie.” Ook bekende hij het eigenlijk wel heel prettig te vinden om lekker vroeg naar bed te gaan. Waarom zou je je daarvoor schamen? Na Jon Savage schoven we door en hadden we een prachtige plek in de damessalon voor Adri van der Heijden (die zichzelf graag A. F. Th. laat noemen). Ik vind het een vervelende man maar het interview was best nog wel aardig. Hij sprak over zijn polemiek met Arnon Grunberg, over de research die hij voor zijn onderwerpen pleegt te doen, over de mythe rondom de 7 bureaus waaraan hij aan 7 verschillende manuscripten werkt (waar!) en hij las een passage voor uit zijn laatste boek (baby gaat dood in buik van moeder). Daarna zijn we naar buiten gegaan naar het nieuwe toneelgebouw voor een fragment van de Scottish Night (Malcolm Middleton van Arab Strap met violiste Jenny Reeve van Strike the colours) en Badstofa, de IJslandse afdeling. Toen we de zaal binnenkwamen was er een volwassen kerel freaky aan het poetryslammen onder begeleiding van een nerd achter een doos computers. Achteraf had ik moeten weten wie dit was op het moment dat hij zijn speelgoedtrompetje tevoorschijn haalde. Dit was Einar Örn, de irritante voorman van de Sugarcubes! Zijn huidige bandje heet Ghostigital. Hierna zijn we naar buiten gegaan voor het afsluitende optreden van Yeasayer (wier plaat ik al weken grijsdraaide op mijn ipod) in de tent. Helaas had de mevrouw die de aankondigingen deed niet goed haar huiswerk gedaan en bleek ze ook geen talent te hebben voor de kunst van het luisteren. De band maakte het niet uit dat ze niet had gevraagd hoe de naam uitgesproken dient te worden (”Yeah-Sayer”) en waar ze precies vandaan kwamen. Ondanks het suboptimale geluid en de tropische temperatuur gaven ze een energiek optreden. Na afloop heb ik ze gecomplimenteerd met hun optreden en de plaat gekocht. Ze zijn erg blij met de goede recensies die ze hier hebben gekregen. Na afloop nog even een biertje gepakt in de Schlemmer en toen was het over.
No Comments Yet