Een concert van Nick Cave in een zitzaal waar tot verleden jaar de belegen jazzgiganten van North Sea Jazz hun smooth easy listening ten uitvoer gaven. Een zitconcert van Nick Cave solo, zonder The Bad Seeds. Wat moet je daarvan verwachten?
Tien jaar geleden, ten tijde van zijn pianoalbum The Boatman’s Call, gaf Cave nog concerten in kerken, kathedralen en concertzalen met stoelen van zacht pluche. Ook de spoken word performances over zijn favoriete passages uit de Schrift stammen uit deze tijd. De “persoonlijke, intieme en door liefde verscheurde Nick Cave” was aan het licht gekomen. Alleen maar zitconcerten. Maar dat was toen. Er zijn wat albums overheen gegaan en Nick was inmiddels weer aan het rocken geslagen. In 2004 had Cave zijn roeping gevonden met zijn visie op slachthuisblues en gaf hij een enerverend concert in Amsterdam, waarbij klassiekers als Deanna werden uitgevoerd omlijst met een uitbundig gospelkoor, alsof ze voor niets anders gemaakt waren. Nick Cave in een kerk? Zeer zeker, dat zou een zwarte kerk zijn, met dikke vrolijke dames die in vervoering raken bij de uptempo klanken. Get ready for love, praise him!
Anno 2006 staat Nick Cave wederom te spelen voor een zwarte kerk. Ditmaal echter pikzwart gekleurd van de zwaveldampen. Drummer Jim Sclavunos en bassist Martyn Casey brengen een bak geluid waar je u tegen zegt, Warren Ellis mishandelt zijn viool en Cave slaat als een satan op de toetsen van de piano, al staande met zijn bekende wijdse armgebaren. De zaal wordt in het pluche van de stoelen teruggeblazen. Het is schrikken (en wennen) dat dit een zitconcert is, want je kunt geen kant op. De songs van Cave zijn onontkoombaar en worden recht in je gezicht uitgespuwd. There’s a war coming!
Nummers als Henry Lee krijgen een duivelse uitvoering, en ook “horribly old… like me…” Deanna wordt weer uit de kast gehaald, in de gospelversie. Heerlijk schmieren doet Cave bij God is in the house en een cover die hij zweert nooit meer te zullen spelen. Ondanks dat de stem van Cave bij Cannibal’s Hymn niet toonvast is, weet het nummer me toch kippenvel te bezorgen. Dat gebeurde ook bij klassiekers als Weeping Song, Ship Song en Mercy Seat.
Audience: “What’s with the moustache?” Nick: “It’s freedom! … Be glad we live in a country where it is allowed to wear moustaches. On the other hand, moustaches are allowed in any country” [paraphrased]
Cave pakt af en toe de gitaar ter hand, daarbij meteen erkennend dat hij niet weet hoe hij het ding moet bespelen. Maar dat deert niet. Het speelplezier is overduidelijk en Cave is in goeden doen. Hij reageert veel op het publiek. Twee encores, waarbij het publiek massaal naar voren toestroomt en er bijna een normale rocksfeer ontstaat.
Setlist volgt…